dinsdag 6 mei 2014

De Engelenmaker - Stefan Brijs


Algemene informatie

Dit is het boekverslag over ‘De Engelenmaker’ gemaakt door Eva Metz, Paulien Lous en Aimée van Zelm. ‘De Engelenmaker’ is geschreven door Stefan Brijs. Stefan Brijs is geboren op 29 december 1969. In 1990 begon hij als onderwijzer aan een middelbare school. In 1997 is Stefan Brijs begonnen met schrijven en in 1999 schrijft hij romans en recensies. Bekende werken van hem zijn: De verwording, Kruistochten, De vergeethoek, Villa Keetje Tippel, Twee levens, De engelenmaker, Korrels in Gods grote zandbak en Post voor mevrouw Bromley. Stefan Brijs is nu nog bezig met andere projecten. Belangrijke thema’s uit het boek zijn het christelijke geloof, goed en kwaad ende wetenschap.

Vragen


1.       Victor Hoppe heeft nogal wat afwijkingen: “God heeft bij hem nog wat fouten laten zitten.” Naast een hazenlip heeft hij ook het syndroom van Asperger.

a.       Zijn hazenlip werkt zeker in zijn jeugd belemmerend. Zijn moeder wil hem niet omdat hij dit heeft. (Tevens moet hij naar een gesticht. Dit was helemaal niet nodig omdat hij zelfs heel erg slim was, maar ze geloofden dat de duivel in hem zat).

b.      Het effect hiervan is dat hij heel erg slim is hierdoor maar dat hij sociaal niet zo sterk is. Hij wordt door zijn moeder in een gesticht geplaatst omdat zij gelooft dat hij is bezeten van de duivel. Hier wordt hij als een imbeciel bestempeld omdat het heel erg lang duurt voordat hij zijn eerste woorden zegt. Door het doorbrengen in het gesticht creëert hij een eigen beeld van het geloof (hij kon al vroeg de Bijbel lezen). Dit wordt niet geaccepteerd. Door alle tegenslagen past zijn persoonlijkheid zich niet tot slecht aan maar hij redt het uiteindelijk toch tot het Gymnasium waar hij geneeskunde gaat studeren.

2.       Het Aspergersyndroom heeft ook effect op Victor's onderscheidingsvermogen van goed en kwaad.

a.       Het syndroom van Asperge is een ontwikkelingsstoornis. Vaak kun je deze herkennen door sociale beperkingen en je merkt dat deze mensen geen interesse hebben in anderen. Ook hebben ze vaak moeite om te gaan met emoties en ze missen inlevingsvermogen: het is een vorm van autisme. Victor heeft dit syndroom. Vanwege dit syndroom kan hij niet goed zien en voelen wat goed is en wat slecht is, want dat snappen ze niet. Hiervoor heb je namelijk inlevingsvermogen nodig. Het effect hiervan is, is dat hij dingen doet bij mensen die eigenlijk niet mogen en naar onze mening bijna onmenselijk zijn (wat het gevolg is van geen emoties herkennen en geen inlevingsvermogen hebben)

b.      Toen Victor op zijn vijfde uit huis werd gezet en naar een klooster voor debielen en idioten werd gebracht, ontmoette hij zuster Marthe. Zuster Marthe had niet het idee dat hij een debiel en een idioot was. Integendeel, zuster Marthe had wel een medegevoel met Victor. De invloed van zuster Marthe is best groot. Wat te lezen is in het boek, is dat zij is degene was die hem leerde lezen, schrijven en tekenen. Zo komt ze er ook onder andere achter dat hij best heel slim is.

3.       Van invloed is ook de wijze waarop de broederschool in Eupen Victors Godsbeeld heeft gevormd, of beter gezegd, vervormd. (blz. 245).

a.       In het boek staat letterlijk “God geeft en God neemt, Victor. Onthoud dat.” Wanneer je iets fout had gedaan, dan werd je gestraft door God. God gaf weliswaar leven, maar veroorzaakte ook natuurrampen die levens kostte en steden vernielde. Victor vond dat alles wat God gaf, God net zoveel weer wegnam.

b.      de vader van Isaak is Gunther Weber, degene die is omgekomen is nadat hij werd overreden door een lijnbus. Door de broeders kan Victor minder goed onderscheid maken tussen wat goed is en wat fout is. Victor ziet alles in zwart-wit en kan het grijze niet zien. Hij ziet dus alleen of goed of kwaad, daardoor ziet hij alleen dat God straft.

4.       Jezus, de Zoon, vertegenwoordigt voor Victor het goede en God, de Vader, het kwade. Victor trekt deze conclusie uit tweeërlei ervaringen.

a.       1. In het klooster leert hij dat God slecht is

2. Zijn vader. De vader van Victor was zijn schepper. Hij deed kwaad, net als god. Uiteindelijk heeft zijn vader hem ook nog eens in de steek gelaten, net als wat God deed met Jezus.

b.      1. De vader van Isaak Weber is Gunther Weber, die is omgekomen nadat hij was overreden door een lijnbus.

5.       Victor bijt zich vast in zijn voornemen “leven te maken”. Gedreven door een enorme ambitie, experimenteerlust en gevoed door het goede te willen doen, zet hij zich aan het klonen. Eerst de muizen, daarna de mens, hijzelf en drie evenbeelden. Maar de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet: Victor maakt een fout.

a.       Wetenschappers en ethici hebben ingeprent dat klonen niet menselijk, maar Victor denkt anders. Hij gaat toch klonen. De gevolgen zijn niet al te best, een grote fout.

b.      Victors persoonlijkheid zorgt ervoor dat zijn idee alleen maar wordt versterkt. Hij ziet de fouten er niet van in en hij denkt dat hij het wel allemaal even doet. Deze reactie van Victor is gekoppeld met het syndroom van Asperger. Hij doet het gewoon want hij heeft geen idee van wat voor gevolgen het kan hebben en medeleven en inlevingsvermogen heeft hij al helemaal niet. Hij vindt het alleen maar gek waarom wetenschappers zo denken, want volgens hem kan er niks misgaan.

Recensieopdracht (de recensie van de Volkskrant)


a.       Ten eerste vind de recensente Clara Strijbosch het een boek is dat vol met religie zit. Dit komt onder andere door het feit dat de hoofdpersoon opgroeit in een gesticht en de Bijbel uit zijn hoofd kent. Ze was naar onze mening positief over het boek, dit maken we op uit een positieve zin waarin ze zegt dat het Stefan Brijs is gelukt om een roman te schrijven over het klonen van echte levende wezens. Verder vind ze dat het boek afwisselend door de gebeurtenissen.

b.      Zij ondersteunt haar standpunten met bijvoorbeeld door te zeggen dat het boek verschillende gebeurtenissen heeft, waardoor het een spannende roman wordt. “Het is Stefan Brijs in De engelenmaker gelukt: een spannende roman schrijven over de gevaarlijke en aanlokkelijke mogelijkheden van het scheppen van leven”.

c.       Wat wij bijvoorbeeld heel erg interessant vonden was het deel van het klonen, waar de recensente niet zo veel over zegt. Wat wel overeenkwam was dat we het een goede roman vonden die zeker wel een bepaalde spanning had.

Keuzeopdrachten


Keuzeopdracht 1


a.       Een “gothic novel” is een verhaal waarbij horror, mysterie en soms ook romantiek met elkaar worden “vermengd”. Wat dit boek volgens ons een “gothic novel” maakt, is op de manier waarop verschillende gebeurtenissen worden beschreven. Meestal is er in een horrorfilm ook wel een psychopaat, of in ieder geval iemand die niet helemaal in orde is, aanwezig. Iemand, die net als Victor, dingen zich inbeeldt, aparte dingen geloofd en die taken probeert te verwezenlijken die voor onze wereld onmogelijk zijn.

Als Victor geen syndroom van Asperger had, was het namelijk ook al een stuk minder spannend. Door zijn onverwachte gedrag en zijn manier van denken wordt er een speciale spanning gecreëerd die er anders niet was.

b.      Dit boek kun je onderschikken bij het genre horror, maar trouwe horror lezers zullen dit niet heel erg spannend meer vinden. Anderzijds, dit boek geeft een goed beeld van het doen en laten van Victor. Zijn standpunt over god staat vast en hij probeert de “natuur te beheersen” door te gaan klonen. Echter, dit werkt eigenlijk in zijn tegendeel want het was niet gelukt.

Keuzeopdracht 2


a.       Een goede titel moet aan de volgende eisen voldoen:

1.       Het moet de aandacht van de lezer trekken. Het moet belangstelling trekken, zodat mensen de tekst gaan lezen. Het is namelijk bewezen dat maar 2 op de 10 mensen nadat ze de titel hebben gelezen ook daadwerkelijk de tekst gaan lezen.

2.       De titel moet kort en duidelijk zijn.

3.       De titel moet opvallen en uniek zijn.

b.      De vier titels zijn:

1.       3 identieke zonen.

2.        Goed en Kwaad.

3.       Strijd tegen god.

4.       Schepping naar nieuw leven.

c.       Deze titels passen goed bij het boek omdat:

1.       deze titel past goed bij het boek, omdat dokter Hoppe 3 identieke zonen maakt die hij vernoemt naar de 3 aartsengelen, genaamd Michael, Gabriël en Rafaël. De titel is kort en duidelijk, je kunt er uit opmaken dat het gaat om klonen door het woord ‘identiek’. Hierdoor is de titel ook duidelijk en uniek.

2.       Dit is een goede titel omdat het een belangrijk thema is in het boek. Victor dacht erg zwart-wit, het was of fout of goed, er zat geen middenweg tussen. Sommige mensen dachten dat het de duivel was. Deze titel trekt de aandacht van de lezer, omdat het de lezer laat nadenken wat goed en fout is.

3.       Een belangrijk thema uit het boek is het christelijke geloof, daarom past deze titel ook goed bij het boek. Victor Hoppe maakt 3 identieke personen en dit is tegen het christelijke geloof. bij deze titel moet je iets meer nadenken, maar hij blijft kort en krachtig.

4.       Dit is een goede titel omdat er duidelijk word dat er een nieuw leven word gemaakt, ook al zijn dit 3 dezelfde personen die zijn gemaakt. Deze titel brengt belangstelling, omdat je erover moet nadenken.

Keuzeopdracht 3


1.       2 gedichten die passen bij het boek ‘De Engelenmaker’.

a.       gedicht 1:

Kiezen tussen goed en kwaad

 

Een keus tussen goed een kwaad

Tussen licht en donker

Aan wie is het

Deze keus te maken…?

 

Kies je voor jezelf

Kies je voor een ander

Kies je, voor het licht

Of kies je voor het kwaad

 

Het lot zal over jou beslissen

Maar keuzes maken moet jij doen

Het is aan jou deze keus te maken

Kiezen tussen goed en kwaad…

 

- schaapii -

b.      gedicht 2:

Een gekloond persoon telt voor twee

 

Eén persoon

met één gedachten,

kan twee zijn

na een tijdje wachten.

 

Eén persoon

Twee gedaantes

Een kloon

Twee gedaantes

Eén persoon

 

Wetenschap en de techniek,

laten de mens niet meer uniek.

 

- Marilène B. -

2.       wat staat er in de gedichten?

a.       gedicht 1: Dit gedicht gaat over het kiezen tussen goed en kwaad. ‘Goed en kwaad’ is een belangrijk thema uit het boek. Er wordt in dit gedicht verteld dat een keuze maken tussen goed en kwaad niet alleen jijzelf betrekt maar ook de mensen om je heen. Er wordt duidelijk dat je niet altijd voor je zelf moet kiezen, dus dat je ook eens aan een ander denkt. Er wordt gesproken over dat het lot over jou zal beslissen. Het lot kan je zien als god, maar het blijft dat je zelf de keuze moet maken.

b.      gedicht 2: Dit gedicht gaat over klonen, wat erg belangrijk is in dit boek omdat Victor Hoppe 3 identieke zonen maakt, oftewel kloont. Met dit gedicht wordt duidelijk gemaakt dat ieder mens uniek is, maar wanneer iemand eenmaal is gekloond hij of zij eigenlijk zijn identiteit moet delen. Door de techniek wordt het steeds meer mogelijk om mensen na te doen. Wat er dus word gezegd aan het einde van het dicht is dat door de techniek de mens ook minder uniek word. Wat de schrijver waarschijnlijk duidelijk probeert te maken is dat iedereen uniek is en dat moet ook zo blijven, want als mensen te veel op elkaar gaan lijken word het alleen maar saai.

3.       waarom past dit gedicht bij het boek?

a.       gedicht 1: Een belangrijk thema uit het boek is ‘goed of kwaad’ en daar gaat dit gedicht helemaal over. Victor Hoppe ziet het goede en het kwade alleen in zwart-wit. Hij denkt na over God en hij komt tot de conclusie dat God slecht is en Jezus goed. God is slecht omdat hij dingen wegneemt en natuurrampen veroorzaakt. In het boek maakt Victor zelf de keuze om 3 identieke zonen te maken, wat uiteindelijk slecht afloopt. Zijn identieke zonen gaan dood door een fout in hun chromosomen, hij vermoordt de draagmoeder en uiteindelijk kruisigt hij zichzelf. Hij kiest dus voor het kwade ten koste van andere. Het lot had besloten. Kortom dit gedicht past goed bij het boek ‘De Engelenmaker’.

b.      gedicht 2: Een belangrijk thema uit dit boek is ‘de wetenschap’ en dit gedicht gaat over klonen met behulp van de wetenschap, tevens is het onderwerp van het boek ‘klonen’. In het boek is het helemaal niet goed gegaan met het klonen, dit komt ook terug in het gedicht. Namelijk wanneer de schrijver wil overbrengen dat iedereen uniek is en wanneer mensen gekloond worden het leven saai en moeilijk word. Kortom ook dit gedicht past goed bij het boek ‘De Engelenmaker’.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen